Meer voorlichting nodig rond delier
Uit onderzoek van ARGO Rijksuniversiteit Groningen BV, in opdracht van ouderenorganisaties PCOB, ANBO, Unie KBO en CSO blijkt dat er nog steeds onbekendheid is met een delier. Deze onbekendheid staat goede zorg in de weg. Patiënten en hun omgeving hebben hier last van, en het leidt tot onnodige kosten. Oplossing is het werken met goede kwaliteitscriteria en het verschaffen van heldere voorlichting.
Het onderzoek, dat is uitgevoerd in het kader van het programma ‘Zekere Zorg’, heeft kwaliteitscriteria vanuit het perspectief van de oudere patiënt opgeleverd. Een delier is een plotselinge verwardheid en kan overal optreden: thuis, in het ziekenhuis, in het verpleeghuis. Ze kan worden veroorzaakt door bijvoorbeeld een niet ontdekte ontsteking of na een operatie. In een gemiddeld ziekenhuis krijgt bijna 35 procent van de patiënten van 65 jaar en ouder een delier. Dan hebben we het al gauw over zo’n 60.000 mensen per jaar.
Behandeling
Mensen die een delier hebben meegemaakt, geven aan dat dit een traumatische ervaring is. Tijdens het onderzoek bleek uit gesprekken met patiënten en hun omgeving, maar ook met deskundigen, dat er veel onbekendheid is rondom deze aandoening. De behandeling en zorgverlening kunnen dus verbeterd worden. Preventie en vroegsignalering verdienen aandacht, want iedereen heeft belang bij het tijdig ontdekken van een delier. In tegenstelling tot bijvoorbeeld dementie gaat een delier weer over. Als het op tijd ontdekt wordt en op de juiste wijze behandeld, dan is het te genezen. Zodoende kunnen veel leed en ook kosten bespaard worden. Parallel aan het onderzoeksrapport is een handreiking ontwikkeld, die praktische informatie biedt.
Download onderstaand het rapport en de brochure:
Eindrapport PCOB
Handreiking PCOB

